Huid-informatie

Onze huid en consequenties van zonlicht

1. Inleiding
Onze huid is zeer belangrijk voor ons lichaam. De huid is ons grootste orgaan. De huid heeft veel te verduren omdat deze in aanraking komt met de invloeden van buitenaf, zoals stof, vuil, vocht, chemicaliën en zonlicht.
In de informatie hieronder vind je informatieve gegevens van de opbouw van de huid, de schadelijke en gezonde UV-stralen, huidkanker en de preventie tegen huidkanker. Ook komen zaken als beschermingsfactor van zonnebrandcrème, het gebruik van zonnebanken en zonneallergie aan de orde.

2. Opbouw van de huid

De huid van ons lichaam bestaat uit drie lagen:
  • De bovenste laag heet de opperhuid. Deze bestaat uit verhoornde cellen, keratinocyten genoemd. Verder bevinden zich in de opperhuid onder meer pigmentcellen: de melanocyten. De opperhuid bestaat voornamelijk uit twee soorten cellen, basale cellen en plaveiselcellen.
  • De middelste laag heet de lederhuid Deze bestaat uit bindweefsel ook wel steunweefsel genoemd. Daarin bevinden zich onder meer: de zweetklieren, haarwortels met talgklieren, bloed- en lymfevaten, zintuigcellen en zenuwuiteinden.
  • De onderste laag is het onderhuids bindweefsel. Dit dient hoofdzakelijk als steunweefsel en bestaat voornamelijk uit vetcellen.

De kinderhuid is anders dan die van volwassenen. De natuurlijke bescherming tegen UV-straling is bij kinderen nog niet volledig ontwikkeld. Te veel zon is dan ook zeker niet goed voor de kinderhuid en dan met name de babyhuid. Kinderen tot 15 jaar zijn extra gevoelig voor de schadelijke straling van de zon.

3. Invloed van zon en UV-licht
De zon brengt ons vele goede dingen maar ook slechte. We kunnen niet zonder het zonlicht omdat het een primaire behoefte is voor al het leven op aarde. De zon geeft ons de warmte die we wensen na een lange winter en waardoor de planten in het voorjaar weer gaan groeien. De UV-straling van de zon zorgt voor aanmaak van vitamine in het lichaam maar dat wil niet zeggen dat je onbeperkt in de zon mag verblijven. Het is belangrijk om te voorkomen dat je verbrand door de zon.
Zonnebrand wordt veroorzaakt door te intensieve blootstelling aan ultraviolette (UV) straling in korte tijd. Hoeveel blootstelling aan zonlicht nodig is om een brandwond te veroorzaken, hangt per persoon af van de pigmentatie en het vermogen om meer melanine te produceren.
Zonnebrand leidt tot een pijnlijke, rode huid. Ernstige zonnebrand kan zwelling en blaren veroorzaken. De eerste symptomen kunnen al een uur na de blootstelling optreden en zijn vaak een dag later het hevigst. Sommige mensen met ernstige zonnebrand krijgen koorts, koude rillingen en voelen zich zwak. In zeldzame gevallen kan zelfs een shock optreden (gekenmerkt door een zeer lage bloeddruk, flauwvallen en shockverschijnselen). Bij mensen met een van nature lichte huidskleur kan de huid enkele dagen na een zonnebrand gaan vervellen, meestal in combinatie met jeuk. De plekken waar de huid heeft losgelaten, zijn enkele weken lang extra gevoelig voor zonnebrand. Er zijn vrij sterke aanwijzingen dat mensen van wie de huid op jonge leeftijd enkele keren ernstig verbrand is geweest door zonlicht, op latere leeftijd een verhoogd risico hebben van het krijgen van een melanoom, ook al zijn ze alles bij elkaar genomen niet zo lang aan zonlicht blootgesteld geweest.
Verbranding van de huid dient te allen tijde vermeden te worden vanwege het risico op huidkanker. Langdurig zonnebaden wordt afgeraden. Het gebruik van antizonnebrandmiddelen en/of UV-beschermende kleding wordt sterk aanbevolen, zeker voor kinderen onder de 16 jaar.

De laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen dat zonnestraling de kans op het krijgen van prostaat- en borstkanker en het non-Hodgkin-lymfoom verkleint. Ondanks de positieve effecten van de zon op een aantal kankersoorten moet verbranding van de huid door zonnestraling worden vermeden.
Om in de vitamine D behoefte te voorzien is matige blootstelling aan zonnestraling gewenst. Naar schatting is een dagelijkse blootstelling in de zomer gedurende 15 tot 30 minuten van hoofd, handen en onderarmen rond het middaguur als de zon het hoogst staat voor mensen met een blanke huid voldoende om de benodigde hoeveelheid vitamine D aan te maken.

Ultraviolet licht speelt ook een rol in het ontstaan van bruine zonnevlekken (lentigo’s), vooral op de handen en het gelaat. Ouderdomswratten (verrucae seborrhoicae) komen ook meer voor op regelmatig aan de zon blootgestelde huid. Ook couperose kan door zonlicht verergerd worden.

4. Wat zijn UV-stralen
De zon zendt verschillende soorten straling uit die in 3 groepen kan worden verdeeld:
• infrarood: dit is onzichtbare straling die warmte geeft.
• zichtbaar licht: het soort licht ('de kleuren van de regenboog') die voor onze ogen de wereld om ons heen zichtbaar maakt.
• ultraviolet: dit is, net als infrarood, onzichtbare straling.

De ultraviolette straling (UV-straling) wordt op zijn beurt weer ingedeeld in 3 soorten: UV-A, UV-B en UV-C. Normaal gesproken houdt de dampkring om de aarde het grootste deel van de UV-straling tegen. Vooral de ozonlaag speelt hierin een belangrijke rol. De dampkring werkt dus als een UV-schild en dat is maar goed ook, aangezien UV-straling de huid ernstig kan beschadigen.
• UV-C is de krachtigste vorm van UV-straling, doch deze bereikt het aardoppervlak niet.
• UV-B wordt grotendeels door de dampkring tegengehouden, maar mij een wolkenloze hemel dringt er toch nog vrij veel door tot aan het aardoppervlak. UV-B is de belangrijkste veroorzaker van zonnebrand en huidkanker.
• UV-A dringt vrij makkelijk door tot het aardoppervlak en is de minst schadelijke van de drie UV-soorten. Toch kan ook UV-A in hogere dosis leiden tot zonnebrand en huidkanker.

Weliswaar is ons oog gevoelig voor de UV-straling, maar de ooglens laat het niet door en beschermt daardoor het netvlies. De ooglens zelf ontwikkelt na langdurige of frequente bestraling met teveel UV-straling staar als ouderdomsverschijnsel.

De intensiteit van het UV-straling in zonnestraling wordt uitgedrukt in de zogenoemde UV-index. Bij een hoge UV-index is meer UV-straling aanwezig dan bij een lage. Door een teveel aan UV kan de huid rood kleuren of verbranden, het kan zelfs huidkanker veroorzaken.

5. UV-index
Op het KNMI in De Bilt wordt de hoeveelheid UV-straling continu gemeten. Hoeveel UV-straling de aarde bereikt hangt vooral af van hoe hoog de zon aan de hemel staat. In de zomer, als de zon veel hoger staat dan in de winter, is het UV-licht zeker tien keer zo sterk. In de zomer bereikt de zon het hoogste punt om ongeveer half twee 's middags en gemiddeld is dan de hoeveelheid UV-straling het grootst. Ook op een hoogte, dus in de bergen, is de intensiteit hoger, doordat er minder lucht tussen zit om een deel door verstrooiing uit te schakelen. Op het water (meer of zee) is de ultravioletstraling ook feller door de weerkaatsing op het water.
De hoeveelheid UV-straling is ook afhankelijk van de bewolking. Wolken houden niet alleen het zichtbare licht gedeeltelijk tegen, maar ook UV. In het algemeen geldt: hoe meer bewolking, hoe minder UV-straling de aarde kan bereiken. Wolken weerkaatsen echter zelf ook licht en daardoor kan de hoeveelheid UV die de aarde bereikt ook bij een half bewolkte hemel sterk variëren.
Stof in de atmosfeer kan UV tegenhouden en bij rustig warm weer, als zich veel vuil in de onderste lagen van de atmosfeer verzamelt, kan de hoeveelheid UV afnemen. Bovendien weerkaatst UV tegen de grond. Dat houdt in dat het UV-licht boven wit zand, sneeuw en water feller is dan elders.
Elders op onze site kan de UV-index meter worden geraadpleegd. Deze meter geeft de actuele sterkte van de UV-stralen. Klik hier voor meer informatie over de UV-index zonkracht meter.

6. Bescherming tegen UV stralen
De beste en meest logische manier om huidbeschadiging door de zon te voorkomen is het mijden van sterk, direct zonlicht. Als dat niet mogelijk is, dient men snel uit de zon te gaan bij de eerste tekenen van tinteling of roodheid. Kleding en gewoon vensterglas filteren wat schadelijke straling uit het zonlicht. Wolken en mist zijn evenmin goede UV-filters. Ook op een bewolkte of nevelige dag kan verbranding optreden. Water, zand en vooral sneeuw reflecteren het zonlicht, waardoor meer UV-straling de huid bereikt. Op grote hoogte verbrandt men ook sneller. Door de ijle lucht kan meer UV-straling de huid bereiken.
Voordat iemand zich in sterk, direct zonlicht begeeft, dient een zonnebrandmiddel te worden aangebracht: een zalf of crème met chemische stoffen die de huid beschermen door UV-straling uit het licht te filteren. De meeste zonnebrandmiddelen filteren alleen UV-B-straling uit het zonlicht, maar sommige moderne zonnebrandmiddelen zijn tot op zekere hoogte in staat UV-A-straling uit te filteren.
De ultieme preventie tegen UV-straling is het vermijden van de zon, maar omdat wij en onze kinderen toch graag in de zon spelen is beschermende kleding de beste optie. De UV beschermende kleding (zoals hoed, shirt en broek) zorgt er voor dat nauwelijks UV straling op de huid komt. UV beschermde kleding is gefabriceerd uit speciale garens en stoffen. De kleding heeft in het algemeen een beschermingsfactor van SPF 50 of hoger. Dit betekent dat maar liefst 97,5% van het UV licht word tegengehouden.
Zonnebrandmiddelen bevatten stoffen als para-aminobenzoëzuur (PABA) en benzofenon, die UV-straling absorberen. Omdat PABA niet meteen goed aan de huid hecht, moeten zonnebrandmiddelen met PABA 30 tot 45 minuten voordat men zich in de zon of in het water begeeft, worden aangebracht. Veel zonnebrandmiddelen bevatten zowel PABA als benzofenon of andere chemische stoffen. Deze combinaties bieden bescherming tegen een breder spectrum UV-straling. Veel zonnebrandmiddelen zouden bestand zijn tegen water, maar deze middelen moeten desalniettemin vaker worden aangebracht bij mensen die zwemmen of veel zweten.
Andere zonnebrandmiddelen, de zogenoemde ‘sunblocks', bevatten stoffen die als fysieke barrière fungeren, zoals zinkoxide of titaniumdioxide. Deze dikke witte zalven zorgen ervoor dat bijna geen zonlicht de huid kan bereiken. Ze kunnen worden gebruikt op kleine, gevoelige gebieden, zoals de neus en lippen. Sommige cosmetica bevatten zinkoxide of titaniumdioxide.
Zonnebrandmiddelen hebben een bepaalde beschermingsfactor (SPF, sun protection factor): hoe hoger de SPF, des te beter de bescherming. Zonnebrandmiddelen met een hoge beschermingsfactor biedt meer bescherming dan met een lage beschermingsfactor.
Vooral voor kinderen is een hoge beschermingsfactor van groot belang. Kinderen tot 15 jaar zijn extra gevoelig voor de schadelijke straling van de zon. Te veel zon is dan ook zeker niet goed voor de kinderhuid en dan met name de babyhuid. De kinderhuid is anders dan die van volwassenen. De natuurlijke bescherming tegen UV-straling is bij kinderen nog niet volledig ontwikkeld.
Vooral voor kinderen is een hoge beschermingsfactor van groot belang. Kinderen tot 15 jaar zijn extra gevoelig voor de schadelijke straling van de zon. Te veel zon is dan ook zeker niet goed voor de kinderhuid en dan met name de babyhuid. De kinderhuid is anders dan die van volwassenen. De natuurlijke bescherming tegen UV-straling is bij kinderen nog niet volledig ontwikkeld.

Ook de ogen kunnen door UV-straling worden beschadigd. Draag daarom zonnebrillen met een goed UV-filter. Koop voor kinderen nooit speelgoedzonnebrillen zonder goed UV-filter. Deze zijn schadelijker dan helemaal geen zonnebril dragen, omdat de iris door het wegvangen van het zichtbare licht extra open gaan staan zodat het UV, dat dwars door de glazen (of het plastic) heen gaat, extra eenvoudig tot in het oog kan doordringen.

7. Beschermingsfactor
Sun Protection Factor of beschermingsfactor, gewoonlijk afgekort tot SPF, is een maat voor de doeltreffendheid van zonnebrandcrèmes en -lotions bij het tegenhouden van UV-B-straling, die verantwoordelijk is voor het verbranden van de huid bij blootstelling aan zonlicht. De SPF-aanduiding heeft enkel betrekking op de doeltreffendheid van de ultravioletfilter in de zonnebrandcrème voor UV-B-straling, niet voor UV-A-straling.
SPF is een relatieve maat, die aangeeft hoeveel langer iemand die beschermd is mét zonnebrandcrème, in de zon kan blijven dan iemand zonder bescherming, vooraleer er zonnebrand optreedt. In de praktijk hangt de tijd die men in de zon kan verblijven zonder te verbranden niet alleen af van de SPF van de zonnebrandcrème, maar ook van andere factoren zoals het huidtype, de hoeveelheid zonnebrandcrème die men gebruikt, de activiteiten die men doet enz.
Zonnebrandcrèmes worden volgens hun SPF ingedeeld in verschillende klassen:
- lage beschermingsfactor: SPF 6 tot 10
- matige beschermingsfactor: SPF 15 tot 25
- hoge beschermingsfactor: SPF 30 tot 50
- zeer hoge beschermingsfactor: SPF 50+

In de Europese Unie mogen geen hogere beschermingsfactoren dan 50 op de producten aangeduid worden; in de plaats daarvan moet "50+" gebruikt worden. De reden is dat dergelijke hoge beschermingsfactoren de indruk wekken dat men met deze producten zeer lang in de zon mag blijven; maar dan verhoogt het risico op huidkanker door blootstelling aan UV-stralen (waarvoor ook UV-A-stralen verantwoordelijk zijn). De beschermingsfactor houdt daar geen rekening mee.

8. Zonnebanken
UV-licht wordt om cosmetische redenen gebruikt in hoogtezonnen en zonnebanken. Dit wordt door dermatologen afgeraden in verband met een hogere kans op diverse soorten huidkanker en een snellere veroudering van de huid.

9. Huidkanker
Huidkanker is de meest voorkomende soort kanker in Nederland. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Huidkanker wordt per jaar naar schatting bij zo'n 36.000 Nederlanders vastgesteld.
Huidkanker ontstaat vrijwel altijd in de opperhuid. De twee vormen van huidkanker die ontstaan uit de cellen van de opperhuid zelf, het basaalcelcarcinoom en het plaveiselcelcarcinoom, komen het meeste voor. Samen vormen zij ongeveer 90% van de huidtumoren. Basaalcelcarcinoom komt veruit het meeste voor. Het melanoom, een andere vorm dan de celcarcinomen, ontstaat uit de pigmentcellen in de opperhuid. Dit komt bij circa 10% van de patiënten met huidkanker voor.
Er bestaan nog enkele andere vormen van huidkanker. Deze komen echter zo zelden voor dat ze hier niet worden besproken.

Naast de hier genoemde vormen van huidkanker zijn er huidafwijkingen die geen kanker zijn, maar dat wel kunnen worden. Men noemt dit premaligne afwijkingen of voorstadia van kanker.
Huidtumoren kunnen (tegelijkertijd) op meerdere plekken op de huid ontstaan.
In Nederland krijgen ongeveer 160 mensen per jaar te horen dat zij een non-Hodgkin-lymfoom in de huid hebben. Deze soort kanker wordt ook wel primair cutaan non-Hodgkin-lymfoom of mycosis fungoides genoemd.

Het basaalcelcarcinoom (of basocellulair carcinoom of basalioom) is de meest voorkomende vorm van huidkanker. Deze vorm van huidkanker ontstaat uit de kiemcellen van de opperhuid. Het precieze aantal gevallen wordt in Nederland niet geregistreerd, maar naar schatting krijgen meer dan 25.000 mensen per jaar een basaalcelcarcinoom. Dit aantal neemt steeds toe. Het betreft voornamelijk oudere mensen (meer dan 95% komt voor bij mensen ouder dan 40 jaar).

De belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van huidkanker is blootstelling aan zonlicht. Ultraviolette (UV) straling in het zonlicht veroorzaakt namelijk schade aan het erfelijk materiaal (DNA) in de celkernen van de opperhuid. Het kan soms gebeuren dat een DNA-beschadiging op een belangrijk punt in het erfelijke materiaal niet wordt gerepareerd en daardoor ontstaat er een kwaadaardige cel, die ongecontroleerd begint te groeien. Als gevolg hiervan kan na verloop van tijd huidkanker ontstaan. Het lijkt erop dat bij het basaalcelcarcinoom vooral veel kortdurende intensieve zonblootstellingen de oorzaak zijn, met name tijdens de kinderjaren. Het schadelijke effect van ultraviolette straling is groter bij mensen met een lichte huid en blauwe ogen.

Het plaveiselcelcarcinoom van de huid is een kwaadaardige tumor. Deze vorm van huidkanker ontstaat in de opperhuid en kan soms uitzaaien naar de lymfeklieren en andere organen. Het plaveiselcelcarcinoom van de huid komt minder vaak voor dan het basaalcelcarcinoom, maar vaker dan het melanoom. Er bestaat ook een oppervlakkige vorm van plaveiselcelcarcinoom, die slechts zelden een kwaadaardig gedrag vertoont. De meest voorkomende oorzaak is veelvuldige blootstelling aan zonlicht over een lange periode. Het plaveiselcelcarcinoom komt voornamelijk voor in huidgebieden die veel aan zonlicht worden blootgesteld. Mensen met een lichte huidskleur hebben een groter risico voor het krijgen van deze vorm van huidkanker dan mensen met een donker huidtype. Het plaveiselcelcarcinoom ziet er aanvankelijk uit als een huidkleurig of lichtrood bultje, vaak met een ruw aanvoelend oppervlak. Het bultje wordt in de loop der tijd langzaam groter en kan uitgroeien tot een grote tumor. Soms veroorzaakt de tumor pijnklachten.
Een plaveiselcelcarcinoom kan er ook uitzien als een wondje, dat geleidelijk groter wordt. Het is niet altijd gemakkelijk een plaveiselcelcarcinoom in een vroeg stadium te herkennen. Dat geldt ook voor artsen met veel ervaring op dit gebied.

Premaligne aandoeningen van de huid zijn afwijkingen die nog geen huidkanker zijn, maar dit wel kunnen worden. Deze huidaandoening komt voornamelijk voor bij oudere mensen, maar kan ook op jongere leeftijd ontstaan. Premaligne aandoeningen ontstaan meestal onder invloed van te veel ultraviolette straling. De voornaamste premaligne aandoening is actinische keratose. Actinisch betekent: ontstaan door ultraviolette straling. Een keratose is een hoornig plekje dat een beetje op een wrat of een eczeemplekje lijkt. De huid voelt wat rasperig aan. Soms ontstaat er een klein wondje, vooral door te krabben. Dit komt omdat de hoornlaag vrij vast zit en zich niet als een korstje laat afkrabben.
Een premaligne aandoening kan ontaarden in een plaveiselcelcarcinoom. Dit gebeurt niet vaak. Toch is het goed met deze mogelijkheid rekening te houden. Ook met deze huidafwijking is het daarom verstandig om naar uw huisarts te gaan.

10. Overgevoeligheid voor zonlicht
Fotosensitiviteit (soms ook ‘zonallergie' genoemd) is een reactie van het immuunsysteem die wordt veroorzaakt door zonlicht. De reacties kenmerken zich door een jeukende uitbarsting op plekken die aan de zon zijn blootgesteld. Sommige mensen hebben een erfelijke aanleg voor deze reacties. Bepaalde ziekten, zoals systemische lupus erythematodes en sommige vormen van porfyrie, kunnen ook huidreacties veroorzaken als gevolg van zonlicht.

Urticaria solaris is netelroos (jeukende, rode bulten) die al in de huid ontstaat na slechts een paar minuten blootstelling aan zonlicht. De netelroos verschijnt binnen 10 minuten na de blootstelling en verdwijnt binnen een uur of twee als het betreffende gebied niet meer in de zon komt. Mensen bij wie grote gebieden zijn aangetast, hebben vaak hoofdpijn en voelen zich zwak en misselijk.

Fotoallergische en ortho-ergische reacties hebben als kenmerk dat de aan zonlicht blootgestelde gebieden rood worden, ontstoken raken en soms een bruine verkleuring vertonen. Deze reactie verschilt van zonnebrand doordat ze bij mensen optreedt die bepaalde geneesmiddelen of chemische stoffen hebben ingenomen of deze op de huid hebben aangebracht. Deze stoffen maken de huid van sommige mensen gevoeliger voor de uitwerking van ultraviolette straling. Sommige mensen krijgen netelroos met jeuk, wat op een vorm van geneesmiddelenallergie wijst die pas tot uitdrukking komt door zonlicht.

Polymorfe lichteruptie is een ongewone reactie op zonlicht waarvan de oorzaak niet bekend is. Deze reactie vormt een van de meest voorkomende met zonlicht samenhangende huidproblemen en komt vooral voor bij mensen (meestal vrouwen) die niet regelmatig in de zon komen. Het uitbreken gebeurt in de vorm van meerdere rode bultjes en onregelmatige rode eczeemachtige plekken in huidgebieden die aan zonlicht zijn blootgesteld. Deze plekken veroorzaken jeuk en verschijnen over het algemeen tussen 30 minuten en enkele uren na de blootstelling aan zonlicht. Uren of dagen later kunnen er nog nieuwe plekken ontstaan. De plekken verdwijnen meestal binnen een week. Mensen met deze aandoening worden na verloop van tijd vaak langzaam minder gevoelig voor de uitwerking van zonlicht. Hierdoor hebben zij meestal klachten in het voorjaar en verdwijnen deze in de loop van de zomer.
Iemand die overgevoelig is voor zonlicht dient ongeacht de oorzaak beschermende kleding te dragen, zonlicht zo veel mogelijk te mijden en zonnebrandmiddelen te gebruiken. Het gebruik van geneesmiddelen of chemische stoffen die fotosensitiviteit zouden kunnen veroorzaken, wordt zo mogelijk gestaakt.

Bronnen
www.huidarts.info
www.kwf.nl
www.knmi.nl

Disclaimer
De informatie die op mysafeskin.nl is weergegeven is bedoeld als achtergrondinformatie over huidziekten. De informatie is met zorg samengesteld maar beoogt niet uitputtend te zijn.
Mysafeskin.nl acht zich niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden van welke aard dan ook in de informatieteksten en de gevolgen die daar eventueel uit voortvloeien. Raadpleeg bij medische vragen en problemen altijd uw arts.